De twintigers dip

Een aantal weken geleden schreef ik over mijn tijd op het vwo. Ik wilde al een hele tijd een stuk schrijven over hoe goed ik me voel sinds ik een dertiger ben, maar voor ik dat ga doen, wil ik eerst de tien jaar die daar tussen zitten van me af schrijven. Ook dit is weer een flink lang verhaal geworden…

Ik rolde na de middelbare school met een flinke depressie mijn jaren als twintiger in. Ik had me zover terug getrokken dat ik niet meer wist wie ik zelf was en wat ik wilde met mijn leven. Ik had echter wel geleerd om dit te verbergen, zodat de mensen om me heen eigenlijk niet goed wisten wat er speelden. Praten deed ik wel, maar ik zei niet zo veel.

Omdat ik mijn diploma niet had gehaald, dacht ik dat ik niet meer kon studeren. Ik zocht een baan en ging op kamers wonen. Van daaruit zou ik wel zien wat ik zou gaan doen. Eigenlijk liep dit allemaal niet zo lekker. Het klikte niet echt met de mensen op het werk en ik was daar liever niet. Het geld had ik nu wel nodig, want ik woonde wel fijn en ik wilde niet terug naar huis. Na een aantal maanden ging ik ergens anders werken. Iets minder uren, wisselende dagen en dat beviel me wel. Er ontstond een soort van ritme waarbij ik ook af en toe adem kon halen. Daar knapte ik wel van op.

Mijn moeder nam me in die tijd een keer mee naar de open dag van de HU met de smoes dat ze zelf graag een deeltijd studie wilde gaan doen. Ik hoorde daar dat ik eigenlijk wel de juiste vakken had afgerond op het vwo om communicatiemanagement te gaan studeren. Ik had namelijk hoge cijfers gehaald voor de vakken Nederlands en Engels. Ik miste alleen economie in mijn pakket. Ik  hoefde daarvoor geen volledige 21+ toets af te leggen, maar ik moest een tentamen maken voor het vak bedrijfseconomie. Dat zette me aan het denken. Het werk wat ik deed was niet echt leuk. Ik had het best naar mijn zin in de kiosk van het ziekenhuis, maar om dat nou de rest van mijn leven te blijven doen zag ik ook niet zitten. Ik schreef me dus in voor een hbo opleiding, haalde mijn tentamen met een 8,4 en mijn nieuwe leven kon beginnen.

In eerste instantie leek dat studeren wel goed te gaan. Ik was een paar jaar ouder dan de gemiddelde nieuwe student, maar we hadden meer mensen in de klas die laat gingen studeren of die eerst wat anders hadden gedaan, zoals een mbo opleiding volgen, reizen of werken. Voor mijn nieuwe klasgenoten leek ik enorm verlegen en introvert. Ik was erg gefocust op het studeren zelf en ik ging eigenlijk nooit mee op stap. Ik was niet populair, maar viel ook niet echt buiten de groep. Daarnaast sloot ik me aan bij de studievereniging. Daar zat ik wat meer op mijn plek. In werkelijkheid was ik niet verlegen, maar ik wist me geen houding te geven. Ik was van binnen zo boos en zo verdrietig, maar ik kon daar nog niet echt wat mee. Mensen die dichtbij stonden, merkten het soms wel. Ik kon opeens gaan huilen of heel boos worden. Mijn schoolwerk heeft er niet echt onder geleden, want ik haalde dat jaar in één keer mijn propedeuse. Zelf vond ik het niet echt lekker gaan. Ik zette dus weer een stap richting de hulpverlening. Via de decaan op school vond ik mijn weg terug naar de GGZ.

Ondertussen hield ik mezelf lekker bezig. Dan hoefde ik niet na te denken. Een voltijd studie en een studievereniging, nee dat was nog niet genoeg. In jaar twee stapte ik in het bestuur van de studievereniging. Ik werkte soms wel 32 uur per week bij een winkel, draaide twee avonden bardienst in de dansschool waar ik zelf ook twee danspartners had. Ik softbalde nog, had een vriendje (waar ik zelfs nog 9 maanden mee samen gewoond heb in die tijd), liep Pfeiffer op en deed mijn best om een sociaal leven te hebben. Dat was niet echt een succes. Na mijn tweede jaar had ik bijna alle studiepunten binnen van dat jaar (behalve dat verrekte vak statistiek!), maar ik was helemaal op. Ik ben wel aan het derde jaar van mijn studie begonnen, maar na twee maanden gaf ik het op. Ik kon niet meer. Dat jaar heb ik nog wat aangerommeld, maar uiteindelijk ben ik helemaal gestopt met studeren en heb ik me helemaal uitgeschreven. Het was eerst tijd om aan mezelf te gaan werken.

Dat betekende dat ik echt in therapie ging. Ik zette alles stop, ging weer op mezelf wonen en ik was eigenlijk alleen nog maar met mezelf bezig. Een flink gevecht, maar de beste beslissing die ik ooit genomen heb. Na twee jaar had ik zoveel geleerd en was ik zo enorm veranderd. Dat proces zou nog jaren doorwerken (en ik vraag me af of het ooit echt stopt?), maar na die twee jaar stopte ik ermee en had ik het gevoel dat ik weer verder kon. Ik ontmoette Pel aan het einde van die twee jaar. Hem heb ik nog een beetje geprobeerd weg te duwen met het idee dat ik er nog niet klaar voor was, maar hij liet zich niet ontmoedigen door mijn verleden. En dat gaf mij eigenlijk de drive om het leven ook weer écht op te pakken. Ik had weer zin in de toekomst.

Bij die toekomst hoorde toch een studie in mijn ogen. Ik heb rond gekeken bij andere studies, omdat ik het gevoel had dat communicatie en marketing niet echt bij mij pasten, maar overal waar ik keek leken de vakken toch wel op elkaar. Uiteindelijk heb ik besloten dat ik terug zou gaan naar mijn oude opleiding, want dan zou ik het snelst mijn hbo diploma halen en dan was ik daar vanaf. Van daaruit gaat het er toch om wat je er zelf van maakt en als ik iets wilde doen waar ik niet de juiste papieren voor had, dan zou ik me wel inzetten om die alsnog te halen. Dat was van later zorg. Eerst wilde ik dat diploma op zak hebben. De mensen die al langer mee lezen, weten dat het afstuderen soms best een struggle geweest is. Uiteindelijk heb ik in de herfst van 2013 mijn hbo diploma gehaald. Op de valreep, twee maanden voordat ik 30 zou worden.

Tijdens mijn jaren als twintiger deed ik maar was. Ik wilde overleven, vechten en doorgaan. Ik was niet altijd op mijn leukst. Er zijn maar weinig mensen die mij die hele tien jaar meegemaakt hebben én zijn gebleven. De meeste kwamen en gingen in die tijd. Toch zijn er (naast mijn familie) wel degelijk mensen die ik al zo lang ken. Online en offline. Die weten waar ik vandaan kom en waar ik nu sta. Aan de andere kant van de twintig. Een stuk gelukkiger en eindelijk weer mezelf.



2 reacties op “De twintigers dip”

  1. Anneke schreef:

    Mooi om te lezen, zo terugblikkend. Ik vraag me ook altijd af hoe ik tegen die tijd naar mijn jaren als twintiger kijk. Op dit moment heb ik namelijk het idee dat ik de meeste struggles wel gehad heb. Het enige waar ik echt uren over na kan denken is het beginnen van een huisje, boompje, beestje. Dat klinkt raar, maar ik vind dat best een enge keuze. Want wanneer heb je genoeg voor jezelf en met elkaar gedaan om te besluiten dat het tijd is voor kinderen? En komt die tijd wel? Of komt ‘ie niet en ben ik dan straks te laat? Ach, voorlopig ben ik er in ieder geval nog niet klaar voor.

    • Roxanne schreef:

      Precies, nu ik erop terug blik is het ook goed. Ik heb het voor mezelf afgesloten. Ik had die tijd blijkbaar nodig om te groeien tot wie ik nu ben. Niet iedereen volgt dezelfde weg.

      Wat het huisje boompje beestje betreft… Ik ben nu zwanger, maar dat blijft eng! Het huisje en de beestjes waren er al, maar we gaan straks zien hoe het is met de gezinsuitbreiding. Super welkom natuurlijk, ik wilde altijd al moeder worden, maar een hele enge stap. En ik denk dat dat wel zo blijft. Niet te druk om maken, het komt vanzelf goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.